Verslag Portugal_2011 (PDF-formaat)

                                    

Portugal: land van zon, vis, Fado, olijven en nog zo veel meer. Dit zal blijken uit het volgend verslagje.

 

We worden er uitgenodigd door interim-allochtonen Cis en Véro. Wij hebben eerder al beslist om onze vakantie in Portugal door te brengen en ook Johan en Trui vertoeven in de Zuidwestelijke europese regionen. We profiteren dus wat graag van de gastvrijheid van de familie Vercaemst om samen enkele dagen zonvakantie te spenderen.

 

Op een zondag in juli rijden we van Melídes naar Vila do Obispo waar we rond 18u30 aankomen. Dankzij de feilloze wegbeschrijving van Véronique moeten we niet al te veel zoeken voor we aankomen aan een prachtig authentiek Portugees huisje op een unieke lokatie: ingebed tussen de groene heuvels in het directe hinterland van de Atlantische Oceaan. Gecombineerd met de hartelijkste ontvangst die een mens zich kan wensen, belooft ons 2-daags kortverblijf al meteen een voltreffer te worden. De Petitjeans zijn er al en direct wordt werk gemaakt van een aperitief op het zonnige terras.

 

Vooraleer we naar de pizzeria in Pedralva gaan, worden de slaapverblijven toegewezen en ingericht: de jongens in het tuinhuis, de meisjes in de tent en Tsjieppe en Cindy samen met Johan en Trui in de 2e slaapkamer.

Geheel in MB-stijl besluit Cis om 5 km off-road naar Pedralva te rijden en de witte auto van Johan verandert al snel in een diarreekleurige stofbak. Halverwege begint Johan om onbegrijpelijke redenen als een halve gare met zijn armen uit de ruit te zwaaien. “Is het een vogel? Is het een vliegtuig? Nee dat is het niet … het is Johan die geen steek voor zijn ogen ziet!”

Na een gezellig avondje Portugese Italiaan (of was het Italiaanse Portugees) kuieren we nog wat rond in het dorp vooraleer we via een alternatieve verharde route terugkeren.

 

De jongens maken die avond kennis met hun tuinhuisdier, nl een serieuze hagedis die hen op de muur zit op te wachten, klaar om enigerlei muggengespuis op te peuzelen en de kids een betenvrij hoofd te verzekeren.

Terwijl de jongens en meisjes buiten hun nachtelijke avonturen verderzetten, is het ook binnen stilaan bedtijd. Cis en Véro trekken zich samen met Manu en Belle terug in de master bedroom terwijl de Kleine Reuzen en de Tsjiepkes hun kamer betrekken. Johan en Trui slapen beneden en waarschijnlijk omdat ondergetekende veruit de lichtste van het gezelschap is, mogen wij boven op de ‘voute’ slapen.

 

De lichten zijn nog maar net uit of onze madams worden allebei gelijktijdig opgeschrikt door een onheilspellend gekraak en gewriemel in de muur achter het bedeinde. Zagen ze door de glazen dakpannen in het licht van de volle maan een vreemd wezen op een borstel voorbijvliegen of sprong er misschien plots een zwarte kat op het bed? We weten het nog altijd niet. In ieder geval word ik verplicht om onmiddellijk het nachtlampje aan te knippen. Onafgesproken maar zo goed als tegelijkertijd speelt hetzelfde scenario zich twee en een halve meter onder ons af. Johan springt onverschrokken recht, klaar om in zijn boxershort het niet-geïdentificeerde gevaar af te wenden en Gertrude met hand en tand te verdedigen. Daarna volgt een scène van een kwartier slappe lach die te horen is tot in de rest van het huis waarna we met pijn in de buik in slaap vallen.

 

Maandagmorgen om 7u staan we al klaar met het oog op een vroege trainingsrit om de hitte wat voor te blijven. Piet T. had beloofd dat we dankzij zijn Ocharmin probleemloos urenlange MB-tracks zouden kunnen downloaden maar om de één of andere reden was dit gemakkelijker gezegd dan gedaan.

We beslissen geen tijd te verliezen en dan maar een tochtje te rijden dat Cis V. al eens eerder reed. In aanwezigheid van de lokale dorpsgek, nemen we eerst een ontbijt in een plaatselijk caféetje. 

Cis neemt ons mee over kilometerslange onverharde glooiende -en bij wijlen steile- kustpaden waarbij we het ene na het andere onvergetelijk mooie landschap over ons netvlies zien glijden. We rijden een paar keer verkeerd maar we malen er niet om want elke gereden meter is prachtig. Desondanks wordt een stevig tempo aangehouden en hoewel we eigenlijk een opwarmingsrit in petto hadden, worden de benen zeker niet gespaard voor de grote tocht rond de Monchique die we voor morgen hebben voorzien. Sublieme verlaten baaien, woeste rotspartijen en open landschappen wisselen elkaar af en brengen ons naar het verste punt van deze tocht: het surfstrand van Carapateira. Hier genieten we tegen het middaguur volop van een colaatje en de voor liefhebbers welgekende typisch Zuid-Portugese specialiteit “rabos y mamas”. Een echte aanrader. Even ‘googlen’ kan hier misschien meer klaarheid scheppen.

 

Het loopt al tegen 14u wanneer we ons eerste ritje van 75 km en 1000+ hm afsluiten en besluiten om letterlijk via Cis’achtertuin naar zijn net-niet privé-Praia af te dalen waar vrouw en kids ons opwachten. Tijdens deze afdaling speelt Johan nog even de Roze Ridder met zijn fiets. Het is zeer raar om achter iemand te rijden die dartel heen en weer springend naar beneden rijdt, plots met beide voeten uit zijn klikpedalen schiet en opeens maar een half zadel meer lijkt te hebben … Johan kan toveren!

We geraken uiteindelijk toch nog op het strand en hebben het ondertussen zo warm gekregen dat we ons in fietspak in de onverwacht koude zee storten en er na een obligate fotosessie met een gecumuleerde fluitlengte van vermoedelijk 1 cm uitkomen. Miljaarde! Met de goede raad van Sven in het achterhoofd gaan we nog 3 keer terug het water in om de benen te laten afkoelen maar hoger dan … laten we het water echt niet meer komen.

Wie naar beneden rijdt, moet natuurlijk ook weer klimmen en met de nodige tegenzin rijden we onverhard terug richting huisje. Als beloning hebben de dames echter een rijkgevulde tafel fingerfood klaargemaakt.

 

De rest van de dag wordt gevuld met wat cultuur en we bezoeken oa het fort van Sagres en Cabo Saõ Vicente, het meest Zuidwestelijke en winderigste punt van Europa. We lassen ook een tussenstop in om de kids te laten bodyboarden en ravotten en sluiten de dag af in een strandrestaurant waar we bij een ondergaande zon plannen smeden voor dinsdag.

Na het nodige overleg met alle betrokken partijen krijgt het programma stilaan vorm: de kids verheugen zich op een golfsurfinitiatie met Felipe, de madams gaan onder leiding van Véronique de kuststadjes van de Algarve onveilig maken en de mannen mogen ne keer hun gedacht doen. Hoe zouden wij dat nu eens nuttig en in stilte kunnen invullen zie? …

 

Wanneer de rest van ons reisgezelschap al in de RAM-slaap verzonken is, buigen de Cristalpers zich over de halsstarrige GPS van Piet. We smijten er alle voor ons nutteloze gegevens af, zoeken een straalverbinding via een tuinverlichting op zonnepanelen, we downloaden, upgraden, synchroniseren en vloeken maar dinsdagmorgen rond 01u00’ denken we het gevonden te hebben en krijgen we toch iets gedownload. We kruipen snel in ons kaf voor een ultrakorte nacht want om 06u30’ moeten we al vertrekken: vandaag gaat de Bubblegumberg (Mon-chique) voor de bijl! We voorzien 90 km en 3000 hm. Laat maar komen Grietje!

 

Na een lokaal ontbijt op de heenweg parkeren we de wagen in een dorpje met de zeemzoete naam Marmelete, op een handvol kilometers van het startpunt van onze GPS-track. Dit startpunt blijkt toch wat verder te liggen dan we hadden ingeschat en we beginnen ons af te vragen of we toch wel een off-road tocht hebben ingeladen. Wanneer we plots voor een keienpad-muur van 23% stijgingspercentage staan, beseffen we dat onze ongerustheid voorbarig was. Het is inmiddels al 30°C en we hijsen ons met veel moeite naar boven, een activiteit die we vandaag tot in het extreme toe zullen moeten herhalen. De eerste 20 kilometer is een opeenvolging van nijdige steenpuisten in de letterlijke zin van het woord: relatief korte maar zeer steile klimmen en bijna loodrechte afdalingen tussen vuistengrote keien waar de ene al eleganter afrijdt dan de andere. Soms slaat ons hart zelfs een paar slagen over wanneer we elkaars capriolen zien. Gelukkig is er niemand die zwaar crasht want een ambulance kan hier onmogelijk ter plaatse geraken.

 

De hitte valt ons loodzwaar op de schouders en de stenen weerkaatsen de warmte genadeloos terug. Ons energiepeil zakt zienderogen en waar we in het begin kieskeurig waren om bronwater te drinken, gaan we nu bij elk bronnetje in de remmen om Camelbacks en drinkbussen bij te vullen. Eventuele diarree nemen we er morgen dan maar bij want kieskeurig zijn is in dit landschap echt geen optie. 

We rijden net als gisteren door prachtige bergachtige landschappen bezaaid met boomgaarden van olijfbomen, kurkeiken en eucalyptussen afgewisseld met dorre stenenvlaktes, steeds met de Monchique op de achtergrond. We rijden er al 3 uren rond maar zijn nog altijd niet aan de beklimming begonnen.

De omgeving is niet alleen subliem, ze is ook uitermate desolaat. We zijn ondertussen al ruim het middaguur gepasseerd en we zijn nog geen enkele bar tegengekomen waar we wat kunnen eten. Het wordt steeds duidelijker dat we een serieuze inschattingsfout -zeg maar beginnersfout- hebben gemaakt: we hebben veel te weinig proviand mee en rijden al geruime tijd op onze twee broodjes met beleg van deze morgen. De batterij begint al serieus te pinken en is dringend aan een refill toe. Na een 60-tal kilometer komen we ons eerste (en laatste, maar dat weten we dan nog niet) café tegen en gelukkig heeft Johan dit gezien want Cis en ikzelf zijn het al ongemerkt voorbijgereden. 6 blikken frisdrank, 2 flessen water en 2 zakjes zoutchips kosten ons 9€ en krijgen de batterij net uit het rood maar zijn eigenlijk maar uitstel van executie. De broodnodige trage koolhydraten zullen we hier, en nergens op onze tocht trouwens, vinden. We behelpen ons met de bars die Cis V. heeft meegenomen maar na verloop van tijd eisen de temperatuur en de hoogtemeters toch hun tol.

Tot laat in de middag kan ik het klimtempo van Cis en Johan bijhouden maar plots voel ik toch dat het ‘op’ is. Ik wijs er mijn compagnons op dat ik zeer dringend suikers nodig heb of in de problemen zal komen. Gelukkig mondt de off-road sectie uit op een macadamweg maar ook hier is geen teken van horeca te bespeuren. We stoppen dan maar bij een boerderij en Cis citeert aan de aboriginal de Portugese versie van ‘Ciske zag eens pruimen hangen’ . Zijn smeekbede levert volle drinkbussen bronwater en een halve kilo pruimen op. Wanneer de boer vraagt waar we naar toe gaan, kijkt hij bedenkelijk wanneer we zeggen dat we de Monchique willen oprijden. Wanneer we toevoegen dat we dit off-road willen doen, doet hij teken dat we gek zijn. Aangezien hij ons niets vertelt wat we al niet wisten, vangen we een 8 km lange klim aan. In de volle zon, op het stofferig pad in de verzengende hitte kan ik de twee messcherpe Zewietie speerpunten een 6-tal kilometer volgen maar dan moet ik ze laten rijden. Op de top wachten ze me op maar ook hún lichaamstaal spreekt boekdelen: het verval zit bij iedereen al ver. We schuilen met 3 in de schaduw van een eenzame struik en de vertwijfeling begint toe te slaan: volgen we verder de track of keren we terug? Waar zitten we eigenlijk? Hoe ver nog? Wat is de kortste weg? … allemaal vragen waar we geen antwoord op vinden. We splitsen ons nog even op om de alternatieven te verkennen maar zorgen er wel voor dat we oogcontact met elkaar houden want we kunnen ons echt geen bijkomende problemen permitteren en we moeten er proberen ons hoofd bij te houden. Mochten onze vrouwen ons nu bezig zien dan mogen we nooit meer gaan fietsen!

We besluiten om op onze stappen terug te keren en via de asfaltweg de kortste weg terug te zoeken naar Marmelete. Opnieuw beneden vragen we aan een local hoe ver we nog van ons einddoel verwijderd zijn. Het zou nog 5 kilometer zijn en het vooruitzicht van de eindstreep zet er mij toe aan om er nog eens alles uit te persen. Ik wil met mijn laatste krachten mijn maten naar de eindstreep loodsen over de glooiende, van hitte zinderende asfaltstroken. De drankvoorraden zijn al lang weer leeg en aangezien we weer ‘in den blet’ zitten, beginnen we ons vragen te stellen bij de vooropgestelde afstand naar de auto.

Plots zien we langs de kant van de weg een houten pijl ‘Marmelete’ staan die ons links het bos wil insturen. Gezien onze toestand besluiten we echter dat het niet verstandig is nu opnieuw de asfaltweg te verlaten.

Even verder zit in een vervallen bushokje een verrompelde Portugese ouderling met een dikke trui en een wandelstok te wachten op de bus die waarschijnlijk nooit komt. We vragen hem hoe ver het nog is naar ons ‘confituurdorpje’ en terwijl hij ons wezenloos aankijkt, zegt hij ‘quince kilómetros’. … yeah right! Oud en seniel, jammer van dat opaatje.

Dat opaatje blijkt echter niet zo seniel als ik wel dacht en nu weet ik hoe de man met de hamer er uit ziet: een verrompelde Portugese ouderling met een dikke trui en een wandelstok (in casu hamer) in een vervallen bushokje.

Ik krijg een mokerslag zoals ik er nog nooit één kreeg en compleet leeg strompel ik de laatste 7 km van de tocht uit. Dank zij mijn 2 Zewietie buddies haal ik heelhuids het einde van de tocht. De laatste twee hellingen van 2 km en 1,5 km moet ik zelfs naar boven wandelen terwijl zij mijn fiets duwen omdat ik ook mijn kleinste verzet niet meer rond krijg.

 

Met zeer veel dank aan en respect voor Cis en Johan en een zeer grote les in nederigheid voor de man met de hamer laat ik me in de auto vallen die Johan wat dichter heeft gebracht. Als dank voor de geleverde bijstand mag Johan dan bovendien nog 2 uur opgeplooid in de kofferbak tussen de bikes zitten tot we in Salema zijn.

 

Nadat we wat zijn bijgekomen op het strand komt ook de rest van de groep toe. We verfrissen ons in zee en genieten van een laatste gezellig etentje in een strandrestaurant. De wachttijd loopt wat langer uit dan voorzien en onze nogal geïrriteerde reactie aan de ober lijkt de bediening niet echt te bevorderen. Veel later dan voorzien vertrekken wij opnieuw naar Melídes waar we 3 uren later doodmoe maar zeer voldaan aankomen.

 

Met dank aan Véro en Cis voor de gastvrijheid en aan Johan en Trui voor het gezelschap .

 

En de Monchique ??   Wacht maar … ooit doorprikken we die bubblegum !!

 

Grtz

Tsjieppe    

 

 

 



24/09/2011

Portugal 2011

terug