Verslag in PDF



Zaterdag, 17 september, 13u46, ergens in Z

Het kartonnen plaatje, dat blijkbaar al vaker dienst had gedaan, zat goed. Van de nummerplaat op het fietsrek was er niets meer te zien. We konden vertrekken. P van Z en S van O namen achteraan plaats in de supersnelle bolide: een Porsche Cayenne S hybrid. Om een of andere reden was de sfeer nog wat gespannen. P van Z wist waarom. Binnen enkele ogenblikken zou hij te horen krijgen wat hij al lang wist.
“Hier J, vertrek maar…”, zei hij, terwijl hij lonkte naar S. Fier als een gieter, maar ook nog wat onder de indruk van de kinderdroom die in vervulling ging, schreed ik mij naar de voorkant van het zandwitte snelheidsmonster. Het beest stond klaar, z’n koplichten gretig lonkend naar Vrankrijk. Ik trok op zelfverzekerde manier de stevige bestuurdersportier open, maar nog voor ik mij kon neervlijen in de zwart lederen fauteuil: “SHIT!”. Vastgenageld ter plaatse. Perplex! Focus gericht op het pedalenspel van het monster. Ja, pedalen, het waren er nog net 2. Een automaat? Dat kon toch niet? Schakelen doe je toch zelf? Het monster laat je toch zelf brullen….

Het was niet zo druk op de E17. De GPS gaf nog een goeie 650 km en 6u20 aan. Tegen 20u30 zouden we onze bestemming bereiken: hotel Les Clarines in Les Rousses, een goeie 2 km van de startplaats, in het hartje van de Jura. De airco - op 21° -  en de zetelpositie had ik perfect kunnen instellen. Ik was met mijn gedachten nog steeds bij wat er net was gebeurd. Mijn voornemens om af te spreken dat we de eventuele boetes zouden delen, neen, daar ging ík nu met geen woord meer over beginnen.
“Ik ga mijn broek afdoen!” klonk het van achteren. Ik werd uit mijn gedachten gehaald.
S van O zei: “Ik ga mijn broek afdoen”. Dat had ik tenminste verstaan. Ik keek uit mijn ooghoeken naar P om mijn verbazing niet te verraden. P bleef kalm. “OK” zei hij, “Ik zal dan straks”, waarmee hij te kennen gaf, heel goed te weten waarover S het had. Als groentje wist ik helemaal niet wat er te gebeuren stond. Per slot van rekening was ik op stap met een stel rasechte Zewieties.

Heel eventjes kwam het bij mij op als het allemaal wel zo een goed idee was geweest. Eerst niet met de Porsche rijden, en nu gingen die mannen hun broek nog eens beginnen afsteken…! We waren amper 15 minuten vertrokken. Ik fixeerde mijn blik op de snel naderende voorliggers, schroefde de dop van mijn 2-liter evianfles los, en goot een grote geut aptonia prepare naar binnen.

De compex deed z’n werk. S had me ondertussen wat meer uitleg gegeven over de werking van het toestel, het nut ervan voor de hamstrings en andere spiergroepen, en hoe vervelend het wel kan zijn als een van je personeelsleden je vraagt om even te komen als je die dingen om je benen hebt. Er werd wat gespeeld met de iPad en S toonde ons de enkele foto’s van zijn memorabele prestatie in Bouillon: 160 km Ardennen in loodzware omstandigheden. Zeventiende overall of zevende master. Zet hier en daar een paar supporters op het parcours en deze jongen fiets gewoon de top tien binnen. Harde wedstrijden, daar voelt hij zich goed bij: when going gets tough, the tough gets going. Met diezelfde jongen zouden P en ik ‘s anderendaags ten strijde trekken in de Juraanse bossen. Ik nam een grote teug aptonia prepare. Ondertussen joeg P zijn stalen ros vooruit met snelheden hoger dan mijn overslagpunt.

Ergens vóór Reims

Toen gebeurde het! Ik had er al lang op zitten wachten. Niet dat S of ik overtuigd hoefden te worden van de kracht van het beest, maar P wilde ons nog één optie tonen die we tot dan nog niet kenden: ‘the boost-mode’. De aanleiding hiervoor moet waarschijnlijk een of andere Franse imbeciel geweest zijn die het had aangedurfd ons voorbij te steken. Sedert we vertrokken waren in België was daar nog niemand in gelukt. Dit was de juiste spirit: zelf de wedstrijd controleren. Tijdens een korte briefing over de werking van de cockpit, werd als allerlaatste het ‘beest’-knopje getoond. Het rechthoekige knopje van amper een paar centimeter groot stond achteraan op de middenconsole. Het was zo opgesteld dat iedereen in de wagen er gemakkelijk bij kon. Een grapje van Ferdinands ontwerpers of ingenieurs? Dat dacht ik niet, nee.

Bij een duw op het gaspedaal zorgen zowel de benzinemotor als de elektromotor samen voor een maximale acceleratie. Je wordt dieper in je fauteuil gedrukt, voorliggers naderen nog sneller en de snelheid komt in de buurt van maximale hartslagwaarden.

Tijdelijk moesten de Foo Fighters het onderspit delven tegen het gebrul van het monster.
“Onze fietsen hangen er nog aan!” merkte S op. In deze condities vertoonden de fietsen zelfs geen enkele vibratie meer. Allé, vooruit met de geit. Zalig! Een scheutje adrenaline werd voor een eerste keer door de aderen gepompt. We waren er klaar voor. 20u30 gingen we zeker halen! Ik nam nog een slok prepare.

16u00, A4 - Champagne sud

“Trois adultes!” klonk het aan de gare du péage in Reims. De dame aan het loket reageerde niet. Ten huize P was het de gewoonte met wat originaliteit voor de dag te komen aan de péages. Dit uit respect voor de Cofiroute-employées. P was er rotsvast van overtuigd dat op deze manier de werkdag sneller voorbij ging. Zo vond hij het een goed idee om tijdens de vakantie, K of PJ die achteraan in de wagen zaten, alles te laten regelen met de loketbediende. “Jong geleerd is oud gedaan!”.

Het beest had dorst gekregen, véél dorst. We hadden al een kleine 280 km achter de kiezen. Tijd om een wissel. Na een plaspauze en een koffietje nam S plaats in de cockpit. Ik was nog steeds copiloot. Spiegel- en zitpositie werden zo nauwgezet ingesteld dat ik mij begon af te vragen wat deze man nog in petto had voor ons. De achteruitrijdsensoren, die bij het verlaten van de parking bleven fluiten, gaven het definitieve teken dat we vertrokken waren voor de tweede etappe.

S had algauw volledige controle over het beest en eenmaal de cruisecontrole ingesteld, zaten we direct op kruissnelheid. “Het is niet zo belangrijk wat je topsnelheid is, maar wel de gemiddelde snelheid. En die moet je aanhouden”. De man in vorm wist waarover hij sprak. Die met de hoogste gemiddelde snelheid wint de race. Hier zou ik geregeld nog eens aan terugdenken….

Troyes, Dijon, Dôle. De kilometers schoven met het grootste gemak onder het beest door. In de buurt van Poligny verlieten we de A39. We hadden nog een 70 km voor de boeg. We reden stilaan de Jura binnen, richting Genève. Deze streek, die eens zeer welvarende moet geweest zijn, met grote herenhuizen en kastelen, grote bosrijke domeinen al in het begin van hun herfsttooi, bracht een soort vakantiegevoel over me. Even was het doel van onze reis mij ontgaan. In Montrond lasten we nog een korte plaspauze in en P nam voor een laatste keer het stuur over. Ik was voor even copiloot af. Mijn fles aptonia was bijna leeg.

20u00, Prémanon

We reden Prémanon binnen. Veel activiteit was hier niet te bespeuren. De straten waren verlaten, iedereen zat binnen. Het centrumplein was met enkele nadars en wat rood-wit lint afgesloten. Het bordje ‘Parking Participants’ in het midden van het plein deed vermoeden dat morgen hier de grote 21e Forestière zou van start gaan. We stapten uit, strekten onze benen en begaven ons naar de glazen deur van het gebouw dat iets weg had van een sporthal. We keken met de hand tegen ons voorhoofd door het spiegelende glas naar binnen: “Ja, ’t is hier”. Bij wijze van bevestiging, stapten P en S instinctmatig en zonder woorden naar de afvalcontainers op het plein, waar ze resoluut hun stukje territorium afbakenden. Daarna stapten we terug in de wagen, richting Hotel.

20u20 Les Rousses – Les Clarines,

Het werd donker. Het had nog even geduurd voor dat we het juiste ‘hotel’ hadden gevonden. De GPS had ons hier niet bij kunnen helpen. Op de macBook hadden we nog eens het juiste adres gecontroleerd, ‘Rue des Tourbières’, maar het was het plaatselijke dorpsplan in het centrum dat ons terug op de juiste weg zette.

We naderden zeer langzaam en haast geluidloos - alsof het beest moe was geworden - een wat desolaat gebouw iets buiten het dorpscentrum. Dit was nu niet direct het type gebouw dat ik mij had voorgesteld, maar bon, we waren hier voor een hoger doel. Toen het beest tot stilstand kwam op de parking een paar meter voor de ingang, zag ik twee vrouwen naderen. Het kon bijna niet anders dat die twee daar al geruime tijd beweegloos stonden, aangezien ik ze niet eerder had opgemerkt. Het was stil in de wagen. Er heerste een sfeer die elke man wel kent: te laat thuiskomen bij moeder de vrouw die aan de deur te wachten staat. Zwijgen en gewoon doen wat ze u vragen is dan de boodschap! De oudste van de twee maande ons aan wat sneller naar binnen te gaan. We gingen binnen. “Ach zo!”, de jaren 70 meende S. P dacht eerder aan de jaren 60. Ze trok het rolluik van haar onthaalloket omhoog. Nu pas beseften we hoe laat het al geworden was. P nam het woord. Ik sloop onopgemerkt weg op zoek naar een toilet, uit vrees dat de gemeenschappelijke accommodatie na sluitingstijd niet meer mocht gebruikt worden. Het moet niet gemakkelijk geweest zijn voor P en S. Maar voor mij was het dat ook niet: bij het doorspoelen van het toilet[1] zag ik het water alsmaar stijgen. Het terug in beginstand brengen van de doorspoelknop had geen effect: de massa bleef maar stijgen, tot de pot helemaal vol was. Ik begreep het niet goed. We zaten hier nu zó hoog, een goeie 1100 m, en toch vond het water hier zijn weg niet naar beneden. Het leek alsof je na je boodschap de rekening nog eens goed onder je neus geduwd kreeg.

P en S stonden nog steeds in onderhandeling aan het loket. Er bleek een klein misverstand te zijn: we hadden geen hotelkamers geboekt, maar twee appartementen. Ik zei niks, want ondertussen moet die ouwe wel héél goed geweten hebben dat ik daarnet aan een tsunami was ontsnapt. “Madame, les toilettes jouaient à cache-cache” lag op het puntje van m’n tong. P probeerde met alle truckjes van de foor de reservatie van een van de kamers alsnog ongedaan te maken, maar gene moyen.

De twee Lefty’s en de Scott mochten we in de garage achterlaten, maar toen de kotmadam haar hoofd zijdelings had geknikt toen we vroegen als de garage op slot kon, was het voor ons overduidelijk dat de bikes bij ons op de kamer bleven. “Ze gaan uw fietskes hier nie pakken hoor…” moet ze gedacht hebben, maar dan in het Frans. Heel overtuigd dat ze het antwoord al wist, vroeg ze toch nog als we lakens en een kussensloop mee hadden….

Terwijl P de fietsen van het rek haalde, gaf ik de bagage langs het raam door aan S die binnen in de kamer was blijven staan. Aan ruimte geen gebrek: met 3 man 2 vijf-persoonskamers; we hadden het al anders meegemaakt. P en S sliepen in kamer 4. Ik kreeg kamer 6 op het einde van de gang ter mijne beschikking. De bedden werden opgemaakt. Alles werd in gereedheid gebracht voor de volgende dag. Een afdruk van hoogteprofiel van de rit werd bevestigd op het frame. Net voor we gingen eten liep P nog even tot bij de kotmadam om het factuurtje op te halen. Toen hij echter in de gaten had gekregen dat ze alle voorbereidingen begon te treffen om met haar printertje het hele internet af te drukken, had hij haar wijselijk gevraagd om het document onder de deur te steken.

Om 20u45 zaten we samen te eten op het terras van Kamer 4. H. had voor ons drieën een lekkere koude pasta klaargemaakt. Haar verfijnde kookkunst had ons na onze lange reis deugd gedaan. Zelf had ik die middag nog snel wat overschot van warme spaghetti in een tupperwaren doos gedaan en er bruine suiker over gestrooid. Toch kon ik mijn makkers niet overtuigen ook eens van mijn koolhydraten te proeven. Ondertussen was het beginnen regenen. Na het snelle avondeten gingen we nog een pint pakken in het dorp.

21u00, Centrum Les Rousses

Tussen het weerlichten door vonden we onze weg naar het plaatselijk centrum. We stapten het eerste café dat nog open was binnen en namen helemaal achteraan, dicht bij de TV, plaats. Dat er alleen mannen in het café zaten, waarvan twee wat licht beschonken aan de toog – en elkaar meer dan een gezond gemiddeld aantal keren aanraakten tijdens hun gesprek -, was ons niet ontgaan. De iPad zorgde voor wat verstrooiing. Bij het bekijken van de resultaten van vorige editie was het S opgevallen dat de gemiddelde snelheid niet zo hoog lag. Dietsch en Moos hadden in 2010 er 4u30 over gedaan, en dit op een traject waarvan het hoogteprofiel gemiddeld naar beneden ging. Aanvankelijk had S zich een 5 uur vooropgesteld, maar begon daar nu toch wel wat aan te twijfelen. Er was iets dat de gemiddelde snelheid naar beneden trok…

zondag 18 september, 6u00, Les Clarines

Er klopte iemand op de deur. P was komen kijken als ik al wakker was. De regenbuien waarvan ik anders zo kon genieten als ik in mijn bed lag, hadden mij om 5u15 wakker gemaakt. Ik had dan maar een paar keer mijn checklist in gedachten overlopen. Thermisch ondergoed met lange mauwen of armstukken? Extra droog ondergoed? Drank in de camelbag of enkel één drinkfles? Beenstukken? Volle pulle of opbouwen? Vragen waarbij ik van sommigen het antwoord nog niet wist.

Na ik mijn spaghetti met bruine suiker - waar niemand wilde van eten- naar binnen had gewerkt, alle koffers terug had ingepakt, besloten P en ik, ondanks de pletsende regen, de fietsen terug op het rek te zetten. Het ging wel allemaal niet zo vlot als we gedacht hadden. De lucht was geladen.
We lieten de sleutels van onze kamers achter aan het onthaal en stapten in de wagen. Om wat tijd te sparen hadden we eraan gedacht de klaaskoeken die H had meegegeven in de wagen op te eten. Het begon nog meer te gieten, we zagen geen hand voor onze ogen.
“In die omstandigheden rijd ik niet!” zei P als een moefti die de fatwa had uitgesproken, extra benadrukt door het daaropvolgende weerlicht. Het werd doodstil. S zei niets. Ik ook niet.

7u00, Prémanon

We kwamen ruimschoots op tijd aan de start. We hadden vrij snel onze groene ‘dossards’ kunnen gaan afhalen en op de fiets vaststrippen. S moet nog gedacht hebben dat het goed weer zou worden. Hij had geen regenvestje meegebracht. Een vuilniszak werd dan maar omgebouwd tot regenvest.

Wat er met onze bagage moest gebeuren was ons niet zo duidelijk en begon voor de onnodige wrevel te zorgen. Ondertussen kwamen er steeds meer deelnemers toegestroomd. Het bleef maar regenen. We besloten om ons nog eventjes te gaan verwarmen met een tas koffie in ‘Le Montagnon’, het plaatselijk dorpscafé. Toen ik binnenstapte herinnerden mijn aangedampte brilglazen mij aan de wissel met de evil eye explorer, met al het nodige wrijf en poetswerk dat daarbij komt. Iets vóór 8 verliet S als eerst het café. Na een snelle slok van m’n koffie - die ondertussen koud was geworden - verliet ik als tweede de zaak.

7u55, Startzone

Ik schoof achteraan bij in de eerste en enige startblok. Ondertussen hadden S en P zich terug verenigd en een paar meter rechts van mij plaatsgenomen. Nu was het aftellen. De meesten rilden en klappertandden zich warm. Ik vond het nog een uitgelezen moment om de bandenspanning van mijn voorwiel nog wat te verlagen. Het wachten duurde lang…

14u18 Arbent

                S: 28e overall en 7e master

15u38 Arbent

                J: 77e overall en 34e master

18u00 Arbent

                P: DNF wegens materiaalpech, maar heeft wel heel de Jura gezien!

Maandag 20 september, 3u00, Desselgem

De terugreis verliep vlot. P reed het eerste stuk , S nam de laatste 320 km voor z’n rekening. Om iets vóór 3 reden we de Kwadestraat binnen en werden mijn spullen uitgeladen. Gezien de mannen niks meer kwamen drinken, namen we afscheid. Het kartonnen plaatje heeft de rit niet overleefd.

P, S, bedankt!

J



[1] Tsjieppe: hierbij wordt er niet bedoeld dat het ganse toilet wordt doorgespoeld, maar enkel de inhoud ervan!




18/09/2011

La Forestière 2011 PJ

terug