In de zomer van 2002 kon ik niet achter blijven nadat enkele ZEWIETIES ook de Mont-Ventoux hadden beklommen. Tijdens de beklimming heb ik twee sympatieke kerels uit Turnhout ontmoet en zijn samen naar boven gereden. Het was een onvergeetelijke belevenis die ik zeker zal overdoen.
De beklimming van de Mont Ventoux
Ik ben vertrokken vanuit Bédoin, een pittoresk dorp te midden van wijngaarden. De eerste 5 km zijn vals plat door boerenland langs de voet van de berg. Na een haarscherpe bocht in het dorp St. Estève, km 5,5, begint de echte klim. Meteen buiten het dorp verdwijnt de weg in het bos met een stijgingspercentage dat varieert tussen de 9% en 11%. Tussen de bomen heeft de wind geen kans en het is hier in de zomer heet en benauwd. Door de scherpe bochten is het zicht beperkt tot 200 m, een kleine groene hel met een zwarte streep asfalt.
De zuidzijde van de Mont Ventoux is een van de weinige klimmen waar een officiële tijd voor de beklimming is geregistreerd, nl. de tijdrit in de Tour van 1958. De snelste tijd was die van Charly Gaul, 1 uur 2 min. en 9 sec. Er waren renners die er meer dan de limiettijd, 1 uur en 22 min., over deden.'
Dit record is in 1999 verbeterd door Jonathan Vaughters. In de derde etappe van de Dauphiné Libéré reed de Amerikaan in 56 min 50.9 sec. van Bedoin naar de top.


